Onder het financiële risicoprofiel van de gemeente Helmond verstaan wij de volgende risico’s:
- Het renterisico (vlottende en vaste schuld);
- Het kredietrisico en garantstellingen.
Renterisico vlottende schuld – kasgeldlimiet
Met renterisico op vlottende schulden wordt bedoeld het risico dat de rentelasten van kortlopende leningen (korter dan 1 jaar) stijgen door veranderingen in de marktrente. Bij 5.4.1 Rentevisie is al aangegeven dat de verwachting is dat deze niet zal stijgen. Echter de marktrente reageert sterk op geopolitieke ontwikkelingen en economische fluctuaties. Vandaar dat waakzaamheid gepast is. De Wet financiering decentrale overheden (Fido) heeft extra voorzorgsmaatregel ingebouwd hiervoor: een kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is een grens die bepaalt hoeveel kortlopende schuld een gemeente maximaal mag hebben. Het doel is om het renterisico te beperken door gemeenten minder afhankelijk te maken van leningen met een variabele rente. De kasgeldlimiet is voor 2026
€ 40,8 miljoen. Net zoals voorgaande jaren maken we bijna geen gebruik van kasgeldleningen. Dit maakt ons wendbaar in toekomstige beslissingen tussen kasgeldleningen of langlopende leningen. Echter zodra er een financieringsbehoefte is, zal doorgaans de keuze vallen op een kasgeldlening. Een kasgeldlening heeft doorgaans een lager rentepercentage dan een vaste lening. Daarnaast is deze flexibeler omdat een kasgeldlening voor een korte termijn kan worden afgesloten.
Renterisico vaste schuld – renterisiconorm
Het renterisico van vaste schuld is het risico dat Nederlandse gemeenten lopen als zij leningen moeten herfinancieren tegen ongunstige hogere rentevoeten. De renterisiconorm is een instrument uit de Wet Fido dat dit risico probeert te beperken. De renterisiconorm beperkt het bedrag aan leningen dat binnen één jaar mag aflopen en geherfinancierd moet worden. Het effect van deze spreiding in tijd van de leningenportefeuille is dat gemeenten niet worden geconfronteerd met fors hogere rentelasten als de rente stijgt.
In de tabel hieronder is de renterisiconorm inclusief ruimte weergegeven.
Staat E langlopende geldleningen | jaar 2025 | jaar 2026 | jaar 2027 | jaar 2028 |
|---|---|---|---|---|
Renteherziening | 10,3 | - | - | - |
Aflossingen | 17,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 |
Totaal risico | 27,8 | 2,5 | 2,5 | 2,5 |
renterisiconorm | 90,7 | 90,7 | 90,7 | 90,7 |
ruimte onder renterisiconorm | 63 | 88,3 | 88,3 | 88,3 |
In bovenstaande tabel staat voor het jaar 2026 een renteherziening van € 5,3 miljoen. Dit zijn twee leningen met een totaal uitstaand bedrag van € 5,3 miljoen. In de regel daaronder staat het bedrag aan jaarlijkse aflossingen van € 2,5 miljoen. Het bedrag van de renteherziening samen met de aflossing vormen het totale risico. Hieronder staat de renterisiconorm. Deze wordt berekend door 20 procent van het begrotingstotaal te nemen. Dit betekent dat de renterisiconorm voor de Helmond € 96 miljoen is. Door het totale risico in mindering te brengen op de renterisiconorm krijg je de ruimte onder de renterisiconorm. Dit is het bedrag dat we nog aan langlopende geldleningen per jaar kunnen (her)financieren.
Kredietrisico
Dit is het risico dat ontstaat bij het verstrekken van een geldlening of het afgeven van een garantie of borgstelling. Het risico bij geldleningen bestaat eruit dat een tegenpartij haar financiële verplichting tegenover de gemeente niet na kan komen. Bij een garantie of borgstelling bestaat het risico dat de hoofdschuldenaar de lening niet kan aflossen en dat de gemeente deze (restant) schuld moet aflossen. Om deze risico’s te beperken zijn in de wet Fido kaders beschreven waarbinnen gemeenten moeten acteren. Daarnaast is in het BBV opgenomen dat gemeenten deze kredietrisico’s in beeld moeten brengen. Naast de verplichtingen in het BBV is er ook toezicht vanuit de Provincie. In het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader dat de provincie hanteert is expliciet de renterisiconorm opgenomen. Gemeenten zijn verplicht de verstrekte leningen, borgstellingen en financiële participaties inzichtelijk op te nemen in de begroting en jaarstukken.
In onderstaande tabel is een overzicht van de verstrekte leningen en afgegeven borgstellingen opgenomen
stand | stand | raming | |
Geldleningen u/g | 1-1-2023 | 1-1-2024 | 1-1-2025 |
woningbouwcorporaties | 2,4 | 1,9 | 1,8 |
verpleeg/verzorgingshuizen | 0,8 | 0 | 0 |
overige | 16,3 | 20,1 | 17,5 |
totaal geldleningen u/g | 19,5 | 22 | 19,6 |
Waarborgen en huurgaranties | |||
gewaarborgde leningen netto risico bedrag | 61,5 | 57,7 | 56 |
Huurgaranties | 0,1 | 0 | 0 |
Totaal waarborg huurgaranties | 61,6 | 57,7 | 56 |
Totaal | 81,1 | 79,7 | 75,6 |
In bovenstaande tabel valt op dat, ondanks het volledig aflossen van de verstrekte geldleningen door de woningbouwcoöperaties in 2026 het totaal aan geldleningen, stijgt. Deze stijging wordt veroorzaakt door de leningen onder de categorie “overige”. In deze categorie zitten onder andere de startersleningen en de duurzaamheidsleningen. Beide leningen zijn onderdeel van de verordening stimuleringslening en hebben als doel om de inwoners van Helmond te ondersteunen bij het kunnen kopen van een woning en bij het verduurzamen van deze woning. De verwachting is dat deze leningen tot en met 2027 nog iets zullen stijgen, en daarna zullen afvlakken. De gewaarborgde leningen nemen eveneens af.
Achtervang WSW
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat garant voor leningen die woningcorporaties afsluiten om sociale huurwoningen te bouwen, beheren of renoveren. Doordat het WSW-garant staat, kunnen corporaties goedkopere leningen krijgen bij banken en andere financiers, omdat het risico voor de geldverstrekker kleiner is.
Het WSW heeft geen eigen vermogen om leningen af te lossen als een corporatie failliet gaat. In plaats daarvan is er een drie-lagen-veiligheidsmechanisme:
- De corporatie zelf moet als eerste aan haar verplichtingen voldoen.
- Als dat niet lukt, komt het WSW-fonds in actie (betaald de borgstellingsreserve van het WSW).
- Als die reserves niet genoeg zijn, doen gemeenten en het Rijk een stap naar voren als achtervang (garant). Zij staan dus garant voor de restschuld.
Deze achtervang wordt ook wel de achtervangovereenkomst genoemd. In onderstaande tabel zijn de bedragen weergegeven waarvoor wij achtervang zijn.
Bedragen x € 1 miljoen | 1-1-2023 | 1-1-2024 | 1-1-2025 |
|---|---|---|---|
Achtervang via W.S.W. | 495,7 | 549,8 | 558,1 |
