In paragraaf 3.3 heeft u inzicht gekregen in de financiële uitgangspositie voor de programmabegroting 2026-2029 en de beschikbare bestedingsruimte. In deze paragraaf gaan we in op de besteding van die ruimte voor de autonome ontwikkelingen en de beleidsintensiveringen.
In de begroting maken we onderscheid tussen structurele (jaarlijks terugkerende) en incidentele (voor een eindige periode) baten en lasten. Dit onderscheid maken we in de tabellen zichtbaar door de aanduiding S (structureel) of I (incidenteel).
